Een mooi voorbeeld is natuurlijk de oprichting van de Centra van Jeugd en Gezin, los van de Bureau’s Jeugdzorg. Je hoeft geen briljant organisatie-adviseur te zijn om te voorspellen dat dit veel verwarring oplevert: ik hoor iedere avond geschreeuw en kindergejammer bij de buren. Wie bel ik, het bureau Jeugdzorg, of het Centrum voor Jeugd en Gezin? En wat te doen als ik een dossier heb bij het Centrum voor Jeugd en Gezin en ik kom vervolgens terecht bij Bureau Jeugdzorg. Kan mijn dossier dan mee of moet ik al mijn gegevens opnieuw aanleveren?
In Den Haag blijven we echter glashard ontkennen dat de organisatievorm hier een probleem is. Ja, een uitvoeringsprobleem misschien. Maar daar halen de Haagse beleidsmakers hun neus voor op.
Nu is er dan eindelijk een heuse commissie (onder leiding van CNV-voorzitter René Paas) die heeft opgeschreven wat iedereen met een beetje gezond verstand had kunnen adviseren: de taken van de Bureaus Jeugdzorg moeten worden ondergebracht bij de Centra voor Jeugd en Gezin.
Hetzelfde fenomeen doet zich voor in de AWBZ. De AWBZ is een pot van 23 miljard euro voor de chronisch zieken en gehandicapten, die niet terecht kunnen bij een ‘gewone’ verzekeraar voor hun medische kosten, de zogenaamde ‘onverzekerbare zorg’.In de wondere wereld van de AWBZ doen vier verschillende organisaties hun best om samen te werken. CIZ, het Zorgkantoor, het CAK, de leverancier.
Natuurlijk zeggen deze organisaties heel stoer dat er veel elektronische uitwisseling van gegevens is, waardoor de overlast voor de cliënten beperkt is. Maar de praktijk is dat je als chronisch zieke met vier verschillende bureaucratieën te maken hebt en dat niemand zich verantwoordelijk voelt voor het geheel. Of dat er ketenfouten kunnen optreden, waardoor bijvoorbeeld het zorgkantoor verkeerde gegevens aan het CAK doorgeeft en je een hogere eigen bijdrage moet betalen dan eigenlijk nodig is.
En om de chaos nog groter te maken, zijn een paar jaar geleden delen uit de AWBZ overgeheveld naar de Wmo (= gemeente), wederom zonder over de organisatorische consequenties na te denken.
De bureaucratie binnen de AWBZ en de Wmo is berucht, èn onnodig.
De staatssecretaris van VWS, Jet Bussemakers, heeft nu een visie op de toekomst van de AWBZ gepresenteerd, waarin die chaotische organisatie van de AWBZ wordt herschikt. Verantwoordelijkheden verschuiven van het Zorgkantoor naar de Zorgverzekeraars. Er komen vouchers. Naast het Centraal Indicatieorgaan Zorg (CIZ) mogen nu ook hulpverleners (huisartsen en verpleegsters) een indicatie stellen. En dat allemaal om de cliënt centraal te stellen.
Maar de chaos blijft, valt nu al te voorspellen, want de cliënt wilt niet worden geconfronteerd met al die bureaucratieën. Die wil één aanspreekpunt, waar alles voor hem of haar wordt geregeld.
Beter was natuurlijk geweest om de hele administratieve kant van AWBZ (en de Wmo) aan de gemeenten over te dragen en het CIZ en het CAK op te doeken. Dat zou veel helderheid scheppen in de structuur van de AWBZ. Het zou de gemeente helpen bij haar ambitie zich te ontwikkelen tot het enige loket voor de overheid. De chronisch zieke zou bevrijden worden van teveel en onnodige bureaucratie.
door Paul Lensink
Binnenlands Bestuur
![Key Groep [homepage]](img/logo.gif)

